Stichting Protestantse   Begraafplaats Heeze _________________________________________________________________

  

Reglement voor het beheer, het gebruik en de instandhouding van de begraafplaats van de

Protestantse Gemeente Heeze C.A.

Versie 2017-02

ALGEMENE BEPALINGEN

Begripsomschrijvingen

Dit reglement verstaat onder:
secretaris: degene die door het Stichtingsbestuur is aangewezen voor het verzorgen van de administratie van de begraafplaats, ook wel genoemd de administarteur..

asbus: een bus ter berging van de as van een overledene, ook wel urn genoemd.

beheerder: degene die door de Kerkenraad is belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats, in casu het Stichtingsbestuur.

bijzetting: De tweede of derde begraving in een graf is een bijzetting.

grafbedekking: gedenkteken/monument en/of grafbeplanting.

grafbeplanting: blijvende en niet-blijvende beplanting welke door de rechthebbende op een graf wordt aangebracht en onderhouden.

grafrust(termijn): periode waarin een overledene niet opgegraven mag worden, behoudens toestemming van de bevoegde autoriteit.

Stichtingsbestuur: de door de Kerkenraad benoemde beheerder, belast met de gehele organisatie, beheer en dagelijkse leiding van de begraafplaats.

particulier graf (eigen of familiegraf): een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
- het doen begraven en begraven houden van overleden personen;

particulier (eigen) urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen.

rechthebbende: degene die een uitsluitend recht op een particulier graf heeft.

uitgiftetermijn (graftermijn): de termijn gedurende welke men het recht heeft een overleden persoon te mogen begraven en begraven te houden.

uitsluitend recht (of grafrecht) : het recht om gedurende een bepaalde periode één of meer overleden personen in het graf te mogen begraven of begraven te houden.

urnengraf: een ruimte waar meerdere urnen (asbussen) in bewaard kunnen worden.

Onderstaande criteria worden gehanteerd om toestemming voor het begraven te verlenen:

Artikel 1
Toestemming voor begraven
1. Er dient sprake te zijn van een band met de Protestantse Gemeente Heeze c.a. te Heeze het geen wordt vastgesteld doordat de naam van betrokkene (als belijdend lid of als dooplid of als mee geregistreerd gezinslid of als blijkgever van verbondenheid of als voorkeurslid in de ledenadministratie staat vermeld en men woonachtig is in de gemeente Heeze-Leende of in de gemeente Cranendonck.
Wanneer er sprake is van een voorkeurslidmaatschap is de woonplaats niet bepalend.
2. Indien er sprake is van een gezinslid van de onder 1 genoemde categorie waarvan de naam niet in de ledenadministratie is vermeld (gemengd huwelijk/relatie, kinderen).
3. Indien er, ongeacht de woonplaats, sprake is van een familielid in de eerste graad, van de onder 1 omschreven categorie. (ouders, kinderen).
4. Personen die momenteel niet in de gemeente Heeze-Leende of de gemeente Cranendonck wonen, maar vroeger wel in deze gemeenten hebben gewoond en destijds lid waren van de Protestantse Gemeente Heeze c.a. en bij overlijden nog ingeschreven staan als lid van de Protestantse Kerk Nederland.
5. Protestanten die wonen binnen de kerkelijke grenzen van de Protestantse Gemeente
Heeze c.a. en lid zijn van een andere Protestantse Kerkgemeenschap.
6. In bijzondere omstandigheden kan het Bestuur van de Stichting Protestantse Begraafplaats Heeze, na overleg met de Kerkenraad, toestemming verlenen voor begraven.
7. Aan personen die zich hebben laten uitschrijven als lid van de Protestantse Kerk Nederland wordt geen toestemming tot begraven verleend.

Artikel 2
Beheer

1. Het eigendom van de kerkelijke begraafplaats berust bij de Protestantse Gemeente Heeze C.A. te Heeze, vertegenwoordigd door de Kerkenraad.
2. De organisatie, het beheer en de dagelijkse leiding van de begraafplaats valt onder de verantwoordelijkheid van de “Stichting Protestantse Begraafplaats Heeze”.

Artikel 3
Administratie

De administratie van de begraafplaats wordt gevoerd door de secretaris van het stichtingsbestuur Bij de registratie van persoonsgegevens worden de vereisten van de Wet Bescherming Persoonsgegevens in acht genomen.

Artikel 4
Register

1. De secretaris houdt een papieren en digitaal register bij van alle op de begraafplaats begraven personen en die van de geplaatste urnen, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven of bijgezet zijn en welke in een plattegrond van de begraafplaats opgenomen zijn. In dit register worden ook aangetekend de al uitgegeven, maar nog niet gebruikte particuliere graven (gereserveerde graven).
2. In het register worden aangetekend:
a. Het nummer van het uitgegeven graf;
b. De naam van de overledene met vermelding van de geboorte, overlijdens- en de begraaf-/bijzetdatum;
c. De datum van afloop van de grafrechten;
d. De naam en het adres van de rechthebbende / nabestaanden
e. De datum van uitgifte van de grafakte of de datum van verlenging van de grafrechen;
f. Overschrijvingen van grafrechten;
g.Grafreserveringen.
3. De rechthebbende dient bij verhuizing schriftelijk zijn nieuwe adres door te geven aan de secretaris. Verandering van adres wordt in het register aangetekend.
4. Het register en de plattegrond zijn openbaar en worden in tweevoud bijgehouden. Een exemplaar ligt bij de secretaris, het tweede bij een ander lid van het Stichtingsbestuur.


OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

Artikel 5
Openstelling begraafplaats

1. De begraafplaats is voor een ieder dagelijks toegankelijk gedurende de door de beheerder vast te stellen tijden. Deze tijden worden openbaar bekend gemaakt door middel van een bordje bij de ingang van de begraafplaats.
2. Kinderen beneden 12 jaren hebben slechts toegang, indien zij zijn vergezeld van een volwassene.
3. Bij werkzaamheden rond een begrafenis, wordt de toegang tot de begraafplaats gesloten.
4. Tijdens een begrafenis kan de begraafplaats op verzoek van de familie van de overledene tijdelijk voor het publiek gesloten worden.
5. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis.
6. Honden worden op de begraafplaats niet toegelaten.

Artikel 6
Ordemaatregelen

1. Het is aan steenhouwers, hoveniers en andere personen die werkzaamheden op de begraafplaats verrichten, verboden, anders dan met toestemming van de beheerder, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten. Deze toestemming kan mondeling worden gegeven.
2. Het is verboden zonder noodzaak over de graven te lopen, beplantingen te beschadigen of bloemen te plukken.
3. Het is verboden op de begraafplaats bloemen of andere waren te koop aan te bieden of reclame te maken.
4. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. Schreeuwen en/of luidkeels praten zijn uit respect voor de overledenen niet gewenst.
5. Degenen die het in het tweede, derde of vierde lid vermelde verbod overtreden of zich niet houden aan de bedoelde aanwijzingen, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.

Artikel 7
Plechtigheden

1. Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten ten minste vijf dagen tevoren worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.
2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
3. Bijeenkomsten op de begraafplaats, die het karakter van een openbare manifestatie hebben of naar het oordeel van de beheerder zullen hebben, kunnen door de beheerder worden verboden.


VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 8
Kennisgeving van begraven, openen en sluiten van het graf

1. Degene, die een persoon wil laten begraven of een urn wil laten plaatsen, geeft daarvan uiterlijk twee dagen voorafgaande aan die waarop de begraving of plaatsing zal plaats vinden, schriftelijk door aan de beheerder. Dit onder vermelding van dag en uur van het begraven. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om de overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving aan de beheerder zo snel mogelijk worden gedaan.
2. Op de kist of op een ander omhulsel van de overledene wordt een registratienummer aangebracht, dat correspondeert met het nummer, vermeldt op een bijgevoegd document dat tevens de namen, de data van geboorte en overlijden van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de doodgeborene bevat, nadat is vastgesteld dat het document betrekking heeft op de overleden persoon.
3. Tot begraven wordt niet overgegaan dan nadat de beheerder van de begraafplaats de overeenkomst heeft vastgesteld tussen het op de kist of het omhulsel vermelde registratienummer en het nummer, vermeldt op het document, bedoeld in het lid 2.
4. Indien er reden is om aan te nemen dat de gegevens op het document dan wel op de kist of het omhulsel niet juist zijn, vindt de identificatie van de overleden persoon plaats door twee personen die de overledene bij leven hebben gekend, dit in tegenwoordigheid van de beheerder van de begraafplaats.
5. Het openen van een graf voor het begraven of voor het plaatsen van een asurn en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door de medewerkers van de begraafplaats, dan wel door degenen die met deze werkzaamheden zijn belast, op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten, indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag van de werkzaamheden mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. De nabestaanden dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

Artikel 9
De te over te leggen stukken

1. Geen begrafenis of crematie van een overleden persoon vindt plaats zonder schriftelijk verlof van de ambtenaar van de burgerlijke stand, dat kosteloos door de gemeente wordt afgegeven.
2.Het begraven mag slechts geschieden als men van tevoren het verlof tot begraven c.q. bijzetting is overhandigd aan de beheerder.
3. Begraven of bijzetting in een particulier graf kan alleen plaatsvinden, onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode, dat de resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de op de begraafplaats gehanteerde grafrustperiode van 30 jaar.

Artikel 10
Mogelijkheid tot begraven en het plaatsen van urnen

1. Op zondagen en christelijke of algemeen erkende feestdagen wordt geen gelegenheid gegeven tot begraven en het plaatsen van urnen, tenzij de burgemeester een van de normale termijn afwijkende termijn voor begraving of crematie heeft gesteld of de Kerkenraad hiervoor toestemming heeft verleend.
2. Op de overige dagen zijn de tijden van begraven en het plaatsen van urnen:
- op werkdagen van 10.00 tot 16.00 uur
- op zaterdag van 10.00 tot 16.00 uur.
De beheerder kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.
3. Urnen kunnen in een urnengraf (bij)geplaatst worden. Onder speciale voorwaarden kan, in overleg met de beheerder en na verkregen toestemming, een urn in een bestaand graf worden bijgeplaatst.
Hiervoor worden wel grafrechten in rekening gebracht.
4. Het uitstrooien van as op de begraafplaats is niet toegestaan.

Artikel 11
De wijze van begraven

1.Een overleden persoon wordt begraven in een kist.
2.Begraven mag geschieden zonder kist, mits de overleden persoon zich bevindt in een ander omhulsel. Dit omhulsel moet op het doel van begraven zijn afgestemd.
3.Een kist of ander omhulsel wordt slechts voor het begraven gebruikt, indien deze is vervaardigd met toepassing van biologisch afbreekbare materialen die het doel van begraven niet belemmeren.
4.Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van materialen die worden gebruikt voor handvatten en ornamenten voor zover die van buitenaf verwijderd kunnen worden en verbindingselementen als lijm, spijkers, schroeven, nieten of klemmen.
5. De maximale horizontale afmetingen van een kist zijn 0,80 bij 2,20 meter. Indien hier noodzaak toe is kan in overleg met de beheerder van deze maten worden afgeweken. Degene die wil gaan begraven dient een verzoek hiertoe in bij de beheerder, uiterlijk twee dagen voorafgaande aan die waarop de begraving of bijzetting zal plaats vinden.
6. Bij het aankleden van de overleden persoon dient zoveel mogelijk gebruik gemaakt te worden van biologisch afbreekbare materialen. Dus liever geen schoenen, panty’s, plastic, metalen objecten, iPods, mobieltjes en dergelijke.
7. Het is toegestaan om sieraden als een trouwring en gouden kettingen mee te begraven. Maar men doet er bij het begraven afstand van; ze kunnen niet terug worden gevraagd of teruggegeven als het graf wordt geruimd.

Artikel 12
De inrichting van een graf en de afstand tussen de graven onderling

1.De afstand tussen de graven onderling bedraagt minimaal dertig centimeter.
2.Boven de kist of het omhulsel en het maaiveld bevindt zich een laag grond van tenminste zestig centimeter.
3.Indien sprake is van een bijzetting, dient boven elke kist of ander omhulsel een laag grond van tenminste dertig centimeter dikte wordt te worden aangebracht, die bij een volgende begraving (bijzetting) niet mag worden geroerd. Ten aanzien van de bovenste kist of het bovenste omhulsel is lid 2 van toepassing.
4.De graven bevinden zich minimaal dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand.


DE GRAVEN EN GRAFRECHTEN

Artikel 13
Soorten graven en termijnen

1. Op de begraafplaats van de Protestantse Gemeente Heeze C.A. zijn alleen particuliere graven voor één persoon (enkel graf), voor twee personen (dubbel graf) en particuliere urnengraven voor een of meerdere asbussen.
2. Een uitsluitend recht op een graf kan alleen schriftelijk worden gevestigd. Door de secretaris wordt een akte van grafuitgifte (grafakte) opgemaakt.
3. In een graf mag maximaal één bijzetting worden gedaan. Alleen een echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant tot en met de derde graad kan worden bijgezet. De beheerder kan hiervoor ontheffing verlenen.
4. Voor particuliere graven geldt een uitgifteduur van 30 jaar. Op verzoek kan, tegen betaling van het op dat moment geldende tarief, de uitgifteduur worden verlengd tot maximaal 50 jaar.
5. In de akte van grafuitgifte wordt vermeld welk graf is uitgegeven, tegen welke prijs en voor welke termijn.
6. De rechthebbende op het graf ontvangt een exemplaar van de akte van grafuitgifte.

Artikel 14
Verstrijking en verlenging termijn particulier graf

1. De rechthebbende van een particulier graf, waarop een uitsluitend recht is gevestigd voor bepaalde tijd, kan verzoeken de termijn te verlengen. Het uitsluitend recht op een graf wordt op verzoek van de rechthebbende na het verstrijken van de uitgiftetermijn verlengd, mits het verzoek gedaan is binnen twee jaren voor het verstrijken van de termijn. De verlenging geschiedt voor 10, 20 of 30 jaar.
2. De beheerder doet binnen een jaar na de aanvang van de termijn waarin om verlenging van het recht kan worden verzocht, aan de rechthebbende van wie het adres hem bekend is, schriftelijke mededeling van het verstrijken van de termijnen van het bepaalde in lid 1.
3. Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling, bedoeld in lid 2, om verlenging van het recht is verzocht, maakt de beheerder de mededeling bekend bij het graf, welke verwijst naar de vitrinekast die op de deur van het materiaalhuisje bij de noord ingang is geplaatst. De aankondiging blijft beschikbaar tot het einde van de periode waarvoor het recht op een particulier graf was gevestigd of tot het moment dat de rechthebbende de grafrechten heeft verlengd.

Artikel 15
Overschrijving van verleende rechten

1. Het uitsluitend recht op een graf respectievelijk urnengraf kan op schriftelijk verzoek van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van anderen dan de hiervoor genoemden is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits het verzoek hiertoe schriftelijk wordt gedaan binnen twee jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van anderen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
3. Indien binnen de in lid 2 gestelde termijn geen verzoek tot overschrijving is gedaan, kan de secretaris het recht vervallen verklaren.
4. Van iedere overschrijving van het recht op een graf wordt aantekening gehouden in het register.
5. De rechthebbende krijgt een bewijs van overschrijving.

Artikel 16
Afstand doen van graven en urnengraven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding, kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen van zijn recht ten behoeve van de beheerder. Van de ontvangst van zodanige verklaring zendt de secretaris een schriftelijke bevestiging aan de rechthebbende.


GRAFBEDEKKINGEN

Artikel 17
Toestemming grafbedekking

1. Voor het plaatsen van een grafbedekking is toestemming nodig van de beheerder.
2. De horizontale afmetingen van een graf zijn 1,00 bij 2,00 meter voor gewone graven en 0,60 bij 0,80 meter voor urnengraven. Dit zijn ook de maximale afmetingen van de grafbedekking (beplanting en gedenkteken/monument).
3. Gedenktekens/monumenten en beplanting mogen niet hoger zijn dan 1,25 meter.
4. Gedenktekens/monumenten moeten van deugdelijk materiaal zijn en goed gefundeerd.
5. Het aanbrengen van een graf- of urnenkelder, evenals bovengronds metselwerk, is niet toegestaan.
6. De beheerder kan de toestemming weigeren of intrekken indien:
a. niet voldaan wordt aan lid 1 tot en met 5;
b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
7. Toestemming voor het hebben van een grafbedekking voor particuliere graven moet worden aangevraagd door en wordt gesteld op naam van de rechthebbende op de grafruimte. Bij overschrijving van dat recht wordt de als dan ingeschreven rechthebbende beschouwd als de houder van de toestemming.
8. Wanneer een gedenkteken/monument geplaatst wordt over twee of meer graven, dan moeten de grafakten van de betreffende graven een gelijke uitgifteduur hebben. Eventueel moeten de grafrechten met de kortste termijn worden verlengd tot de datum van de grafrechten met de langste termijn, tegen betaling van het op dat moment geldende tarief. Uitzondering hierop zijn twee naast elkaar liggende (enkele) graven, die als zij gelijk gereserveerd en/of betaald zijn, qua rechten als één graf wordt gezien.

Artikel 18
Grafbeplanting

1. Niet-blijvende beplantingen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren kunnen door de beheerder van de begraafplaats worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende drie maanden ter beschikking gehouden van de rechthebbende indien deze daartoe tevoren een mondeling of schriftelijk verzoek heeft gedaan bij de beheerder.
2 Beplanting die niet op het graf is geplaatst, is eigendom van de beheerder van de begraafplaats en kan verwijderd worden zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding.

Artikel 19
Verwijdering grafbedekking

1. Na het verstrijken van de graftermijn vervalt het eigendom van de grafbedekking aan de beheerder.
2. De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn geheel of gedeeltelijk door de beheerder worden verwijderd.


ONDERHOUD

Artikel 20
Onderhoud door de beheerder

1. De beheerder belast zich met het onderhoud van de begraafplaats, waaronder wordt verstaan het onderhoud aan gebouwen en paden, het maaien van het gras, het verzorgen van de algemene beplanting, e.d.
2. Onderhoud van de grafbedekkingen vindt plaats door rechthebbende(n).
3. De beheerder accepteert geen aansprakelijkheid voor schade, door welke oorzaak ook ontstaan aan de grafbedekking of ieder ander voorwerp dat zich op het graf bevindt. Wel heeft de beheerder een grafmonumentenverzekering afgesloten voor eventuele beschadigingen door eigen medwerkers.

Artikel 21
Onderhoud door de rechthebbende

1. De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, zoals steenhouwerwerkzaamheden (herstel en vernieuwing), onderhoud aan hekwerken en afscheidingen e.d., het kleuren en bijwerken van opschriften en het verzorgen van graftuintjes en niet blijvende grafbeplanting.
2. Schade aan de grafbedekking als bedoeld in artikel 23 lid 3 komt voor rekening van de rechthebbende. Schade aan of verlies van voorwerpen die op het graf zijn geplaatst wordt niet vergoed.
3. Indien de rechthebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen en daardoor een acuut risico ontstaat op schade aan derden, kan de beheerder de grafbedekking geheel of gedeeltelijk verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende drie maanden ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna, met inachtneming van het bepaalde in lid 4, aan de beheerder, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
4. In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan de beheerder van de begraafplaats, voor zover de plicht tot onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke verklaring, die hij toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud voorziet.
5. Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, niet bevestigd wordt, maakt de beheerder van de begraafplaats de verklaring bekend bij het graf, welke verwijst naar de vitrinekast die op de deur van het materiaalhuisje is geplaatst en dit gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien.
6. Indien toepassing is gegeven aan lid 4 of lid 5 en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in lid 4 respectievelijk lid 5, is verstreken.
7. Indien het recht op het graf nog geen tien jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in lid 5 is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van tien jaar (wettelijke grafrusttermijn) is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van tien jaar is verstreken.


RUIMING VAN GRAVEN

Artikel 22
Ruiming

1. In principe worden op de begraafplaats geen graven geruimd. Na het verlopen van de grafrechten kan de beheerder besluiten om eventueel aanwezige grafbedekking geheel of gedeeltelijk te verwijderen en het graf opnieuw uit te geven.
2. Indien een graf opnieuw wordt uitgegeven, worden het bij het openen van dit graf eventueel aangetroffen stoffelijke resten ter plaatse op een dieper niveau bijgezet. Hierbij wordt de nodige zorgvuldigheid en piëteit in acht genomen.
3. Met inachtneming van de Wet op de lijkbezorging en overige toepasselijke regelgeving kan de beheerder van de begraafplaats graven doen ruimen, mits dit gebeurt door daartoe gekwalificeerde personen c.q. gecertificeerde bedrijven. Ruiming van een particulier graf waarop nog grafrechten rusten kan niet, behalve dan met toestemming van de rechthebbende op dat graf.
4. Andere personen zijn niet geoorloofd daarbij aanwezig te zijn, behoudens schriftelijke toestemming van de beheerder. De beheerder en de eigenaar van de begraafplaats zijn niet aansprakelijk voor schade, van welke aard dan ook, die mocht opgelopen worden door of aan personen die ter bijwoning van het opgraven van overleden personen of het ruimen van graven op de begraafplaats aanwezig zijn.


IN STAND TE HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING

Artikel 23
Lijst

1. De secretaris houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.
2. Alvorens tot ruiming of het opnieuw uitgeven van graven over te gaan, onderzoekt de beheerder of er graven zijn die in aanmerking komen om op de onder lid 1. genoemde lijst te worden bijgeschreven.
3. De beheerder beslist in overleg met de Kerkenraad over het ruimen of opnieuw uitgeven van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.


TARIEVEN EN BETALINGEN

Artikel 24
Tarieven

1. Ten einde de kosten van aanleg, instandhouding, begraven en onderhoud van de begraafplaats en de graven waarin door de beheerder wordt voorzien, te dekken, worden rechten geheven en kosten in rekening gebracht volgens door de beheerder vastgestelde tarieven.
2. De tarieven die door de beheerder worden gehanteerd staan vermeld op een tarievenlijst welke bij dit reglement is gevoegd. De tarievenlijst kan jaarlijks door het Stichtingsbestuur worden herzien.
3. Nabestaanden en rechthebbenden ontvangen van de penningmeester van het Stichtingsbestuur een rekening of factuur van de te betalen kosten.
4. De begraafkosten zijn verschuldigd door degene die de opdracht tot het begraven geeft.
5. Voor het begraven buiten de in artikel 10 genoemde dagen en uren, worden voor elke begrafenis de begraafkosten met 50% verhoogd. Dit geldt niet in het geval dat het begraven plaatsvindt op last van de burgemeester van de gemeente waar het overlijden plaatsvond.
6. De beheerder hanteert één tarief voor de grafrechten, grafrustperiode en algemeen onderhoud tezamen.
7. Een grafakte wordt pas verstrekt na ontvangst van de verschuldigde kosten.


KLACHTEN

Artikel 25
Klachtenprocedure

1. Rechthebbenden en andere bij de begraafplaats belanghebbende personen en leden van de Protestantse Gemeente Heeze C.A. kunnen over feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats of het nalaten daarvan, bij het stichtingsbestuur (beheerder) een klacht indienen.
2. Indien de beheerder niet binnen dertig dagen na indienen van de klacht, deze klacht naar tevredenheid van de klager heeft afgehandeld, kan de klager zijn klacht schriftelijk indienen bij de Kerkenraad.
3. De Kerkenraad beslist binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht. De Kerkenraad kan deze termijn met ten hoogste dertig dagen verlengen.
4. De Kerkenraad brengt de beslissing over de klacht direct en schriftelijk ter kennis van de klager.


OVERGANGSBEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 26

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2017

Dan vervallen de voordien bestaande voorschriften en bepalingen op dit gebied, behoudens eerbiediging van rechten, verkregen voor de inwerkingtreding van dit reglement, voor zover niet in strijd met de wettelijke bepalingen.

Artikel 27
1. Ingeval van verschil over de toepassing van dit reglement en in alle gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist de beheerder.
2. Wijziging van dit reglement kan op voordracht van de beheerder, gefiatteerd worden door de Kerkenraad.

Aldus vastgesteld, .

Namens de “Protestantse Gemeente Heeze C.A” De Kerkenraad Het bestuur H. Hofstra, voorzitter
Namens de ”Stichting Protestantse Begraafplaats Heeze” F. Keizer, secretaris